Projectbeschrijving
De Gambiaanse overheid wil de industrie centraliseren in zones. Onze timmermanswerkplaats (met bijgebouwen en een machinepark dat de afgelopen jaren sterk gegroeid is) moet verhuizen van Manjai naar een leeg terrein in Tanji, 20 kilometer verderop. De regering biedt geen compensatie voor de kosten van deze verhuizing.
De werkplaats is vol in bedrijf en levert samen met sponsoring voldoende op voor het levensonderhoud en de opleiding van 20 jongens. Voor €0,82 per dag kunnen wij één jongen onderdak, voeding en opleiding bieden. Voor 20 jongens is dat €16,40 per dag. De kosten van de totale verhuizing worden geraamd op meer dan €70.000. Ter vergelijking: van dat bedrag zouden wij 20 jongens bijna 12 jaar lang kunnen onderhouden !
Deze kosten van de verhuizing komen bovenop de kosten van de dagelijkse exploitatie, de huur van de huidige locatie in Manjai en de afbetaling van de kavel in Tanji. In de periode dat de werkplaats verhuisd wordt, vallen ook de inkomsten uit eigen arbeid weg. Wij willen de verhuisperiode daarom zo kort mogelijk houden.
Wij hebben een noodbegroting gemaakt voor het bedrag dat minimaal nodig is om de kavel in Tanji geschikt te maken.
Noodbegroting, totaal €22.000:
- fundering graven, stenen maken en omheining bouwen €7000,-
- poort(en) plaatsen €1000,-
- machinehal (overkapping) €6000,-
- betonvloer storten €5000,-
- machines verhuizen €3000,-
Project doelstellingen
Ons eerste grote doel is de bouw van een omheining met stevige poorten rondom het nieuwe terrein. Met die omheining staat of valt alles wat daarna moet gebeuren. Pas als de omheining gebouwd is, kunnen we het terrein veilig verder inrichten. Wij willen de bouw van de omheining begin 2012 afronden. De grondstoffen zijn nodig voor de stenen. De stenen maken wij zelf en met de stenen bouwen we de omheining.
De tweede stap is de bouw van een machinehal met een betonnen vloer. De derde stap is de verhuizing van de machines middels gespecialiseerd transport.
Project doelgroep(en)
Momenteel werken er 20 weesjongens in de werkplaats, die hier tevens onderdak vinden en een opleiding krijgen. Het voortzetten van de werkplaats op een andere locatie stelt de toekomst van de huidige 20 jongens en toekomstige nieuwe op te leiden jongens zeker.
Na de verhuizing en het volledig operationeel zijn van de werkplaats, ligt er voor de toekomst ook nog een plan voor het opzetten van een naaiatelier, waarbij een ervaren mode- en textielontwerper bij betrokken zal zijn. De opzet zal dan net als bij de werkplaats een leerwerkbedrijf constructie worden, met een commerciële tak, alleen dan gericht op weesmeisjes. In eerste instantie ligt de focus op de verhuizing van de werkplaats.
Op welke manier draagt het project bij aan het oplossen van armoede?
De weesjongens die bij ons onderdak vinden hebben geen andere kansen op een betere toekomst. Dankzij hun opleiding worden zij zelfstandig timmerman. Ook krijgen zij onderwijs in lezen, schrijven en rekenen.
Duurzaamheid
De workshop in Gambia bestaat al heel lang, nog vóór dat de naam Yoba officieel in gebruik is genomen in 2004. In het begin was het niet meer dan één werkbank onder de boom met een stuk of 6 jonge jongens die kost en inwoning genoten bij Omar, de Gambiaanse eigenaar, en die tevens het vak van meubelmaker van hem leerden. Het is de grote droom van Omar om kansarmen op te leiden en hen zo een betere toekomst te bieden.
Jannie Eisen, voorzitter van de Nederlandse Stichting, vertelt: "Toen ik Omar leerde kennen in 2003 vond ik het zo’n prachtig voorbeeld van ontwikkeling en educatie dat ik besloot een stichting op te richten en zo Omars droom mee te helpen realiseren.
Ik vind het een prachtig voorbeeld van vraag gestuurde hulp in plaats van de aanbod gestuurde hulp die zo vaak leidt tot stilstand en ondergang wanneer de financiële injectie beëindigd wordt. Een puur Gambiaans initiatief dus."
Jannie gaat verder: "Het is zo dat, wanneer de geplande verhuizing niet doorgaat, de workshop niet ter ziele is maar dat we 'alleen maar' terug zijn bij af: bij de werkbank onder de boom waar Omar ooit begonnen is. Dat is zó onwenselijk! We hebben een prachtig machinepark – verkregen via een subsidie verstrekt door het Ministerie van Ontwikkelingszaken – en dat willen we niet graag kwijt. We krijgen simpelweg geen nieuwe licentie voor de workshop op de plaats waar die nu nog gevestigd is omdat de Gambiaanse overheid heeft beslist dat alle industriebedrijven naar een door haar aangewezen terrein moeten verhuizen. Doe je dit niet, dan is sluiting de consequentie. En ja, daar staan we dan, min of meer met de rug tegen de muur. De overheid biedt geen enkele tegemoetkoming in de verhuiskosten.
Omdat er toch een nieuwe start moet worden gemaakt hebben we een heel nieuw, prestigieus bouwplan gemaakt. De workshop is het waard, onze jongens staan onvoorwaardelijk achter Omar en zijn plannen. Hun loyaliteit ten opzichte van Yoba is in de afgelopen jaren wel bewezen, ook de oudsten blijven bij Yoba, ook wanneer er weinig inkomsten zijn.”
Door de verhuizing van de werkplaats stellen wij de toekomst van het project zeker. De werkplaats behoudt dan de vergunningen en de machines blijven in gebruik. De werkplaats is in principe een leerwerkbedrijf, met als doel zoveel mogelijk jongeren op te leiden tot timmerman. Er is een regelmatige doorstroom van opgeleide en op te leiden jongens. Op dit moment beschikt Yoba dankzij sponsoring en eigen inkomsten over de capaciteit om zo’n 20 jongens een opleiding, onderdak en maaltijden te bieden. De werkplaats is sinds de oprichting in 2006 steeds blijven groeien en is een redelijk goed lopend bedrijf. Na de verhuizing zal er nog meer de focus gelegd gaan worden op het uitvoeren van commerciële opdrachten om zo volledig zelfstandig en financieel onafhankelijk te kunnen worden.
Het management van de workshop bestaat uit Omar Jallow, de oprichter. Hij heeft twee van zijn leerlingen opgeleid tot plaatsvervanger. Zij kunnen offertes en werkbeschrijvingen maken en toezichthouden op een goede uitvoering van alle facetten van het werk.
De Stichting YOBA in Nederland beschikt binnen het bestuur over een projectmanager voor fondsenwerving in breedste zin. Verder werkt de Stichting samen met de Hogeschool Windesheim in Zwolle aan ontwerp en implementatie van een nieuwe bestuursstructuur, gericht op duurzame fondsenwerving en verkoopkanalen.
Jannie Eisen: “Het eerste wat er moet gebeuren is het omheinen van je stukje grond. Zo wordt duidelijk dat er gewerkt wordt; je materialen worden zo veilig gesteld, en het is een duidelijk sein dat de eigenaar van de grond serieus bezig is.
We zijn op alle fronten bezig de verdere financiering voor de plannen rond te krijgen. Actie op scholen, aanbod van de Yoba-sjaals (die door mij worden ontworpen en gemaakt) op goede doelen markten en kerstpakketten etc. Die sjaals zullen in de toekomst op het naaiatelier in Gambia worden gemaakt. Dan kunnen we ook wat voor weesmeisjes doen, dat is míjn grote wens.
Verder zijn er op dit moment studenten van de Minor: Fundraising, Grantmaking & Sponsoring aan de Hogeschool Windesheim bezig met het maken van een analyse van Stichting Yoba en doen zij tevens een onderzoek naar de voor ons relevante fondsen en subsidies om zo doelmatig (structurele) financiering voor o.a. het verhuisproject te genereren. Zij onderzoeken ook mogelijke afzetkanalen in Nederland voor de andere Yoba-producten, zoals meubels en houtsnijwerk.
Het is niet zo dat wanneer de omheining er staat en er zijn verder nog geen financiën om door te bouwen zijn dat we dan het werk als verloren beschouwen. De jongens zullen alles op alles zetten om in ieder geval de machines verhuisd te krijgen, dan maar even zonder deugdelijk onderdak (dat zijn ze wel gewend – helaas) en om dan maar stukje bij beetje de plannen ten uitvoer te brengen.”