Als onderdeel van de Guesthouse training worden de studenten meegenomen naar een supermarkt. Aangezien alle jongeren uit een sloppenwijk komen hebben ze alleen ervaring met de ‘kruidenier’ op de hoek en gaat er een wereld voor ze open wanneer ze in een ‘echte’ winkel komen.
Nu zijn er categorieën in ‘echte’ winkels, ook daar is een verschil tussen de ‘kruidenier op de hoek’ en een supermarkt. De kruidenier op hoek varieert van een hok waarin je je kont niet kunt keren tot een winkel met een echte deur. Wat ze gemeen hebben is stoffige plankjes volgestouwd met nog stoffigere producten en een eigenaar vaak hangend achter de toonbank. Bij deze winkels willen ze liever niet dat je zelf je benodigdheden van de plankjes haalt, wat ik zelf bijzonder irritant vind omdat ik graag zelf de etiketten lees voor ik beslis. Hoe groter het hok hoe meer rondhangende jongens die je spullen met een ranzige doek afstoffen voor ze deze in een tas proppen. De meeste kruideniers hebben geen kassa maar enkel een bureaulade onder de toonbank. Je krijgt dan ook alleen een, handgeschreven, kassabon wanneer je er om vraagt.
De supermarkten variëren voornamelijk in grootte. Alle supermarkten hebben kassa’s met scanners en sommige hebben een echte lopende band. Supermarkten hebben op zijn minst een mandje, de meeste hebben ook een karretje voor je spullen. In de supermarkten mag je zelf je benodigdheden pakken. Ook de supermarkten hebben een overschot aan personeel die je nooit kunt vinden wanneer je iemand nodig hebt. Helaas is er wel altijd iemand op de groente en de fruit afdeling. Daar moet je brutaal zijn en zelf je dingen pakken anders pakken zij heel tactisch de groente en fruit items voor je en dan kun je wel bedenken dat deze items vaak overrijp, geklutst of half beschimmeld zijn.
Met mijn student ben ik naar een medium supermarkt gegaan. Het lezen van de prijsstickers ging wonderbaarlijk goed. Het herkennen van kleuren ging echter schrikbarend slecht. Zo kon hij uit de rij flessen wasverzachters met geen mogelijkheid de groene fles van de roze onderscheiden. Nu zijn flessen wasverzachters natuurlijk een gigantisch ver-van-mijn-bed-show voor deze jongeren dus ging het verder naar de groente en fruit afdeling. Maar ook daar werd het oranje van de sinaasappels en de wortels niet onderscheiden van de groene sla.
Helaas trokken we al zeer snel de aandacht van zowel de vis, groente als fruit verkoper. Na de gebruikelijke ‘hoe heet je vader en uit welk dorp komt je familie’ werd mijn student goedgekeurd en besloten de heren me een handje te helpen. Wat volgde was een traditionele Bengaalse lesmethode......Wat is dit? Dit is een wortel, een wortel, wortel. De wortel is oranje, oranje, oranje. En wat is dit? Dit is een limoen, een limoen, limoen. De limoen is groen, groen, groen. Dit is een wortel, dit is een limoen...... En zo heb ik nog een half uur en 6 producten op een kratje zittend het tafereel gadegeslagen. Uiteindelijk werden we gered door een steeds zwarter wordende hemel en een gigantisch dreigende onweersbui waardoor we snel naar huis moesten.
De kleur blauw van het plastic zeiltje dat ons niet droog kon houden in de riksja herkende hij gelukkig dan weer wel.......