Projectbeschrijving
Om de onderlinge contacten tussen de weeskinderen te bevorderen en hun bewust te maken van hun mogelijkheden in de toekomst worden ‘outings’ georganiseerd. Tijdens deze uitstapjes gaan de vrijwilligers met ‘hun’ weeskinderen naar een bezienswaardigheid, een dierentuin of oude tempels. Tijdens deze uitstapjes maken de kinderen tekeningen, waarbij ook aandacht wordt gegeven aan het verwerken van hun verdriet, trauma’s en eenzaamheid.
In 2001 zijn we ook gestart met de pleegzorg voor wezen. Het pleegzin is vaak familie van het weeskind. Voor de zorg ontvangt het gezin rijst. In 2006 en 2007 is de pleegzorg voor wezen uitgebreid naar twee nieuwe districten Stoeng Trang en Tramkak met totaal 12 extra dorpen. Weeskinderen worden tot hun 14e jaar opgenomen in het zorgprogramma als ze naar school gaan. Als ze na hun 14e jaar willen doorstuderen worden ze gesteund totdat zij of hij klaar is met de opleiding.
Pleeggezinnen zijn door de vrijwilligers geselecteerd en moeten instemmen met 7 punten:
- het weeskind liefhebben als hun eigen kinderen.
- het weeskind moet naar school
- ze mogen de kinderen niet laten overwerken
- goed voor de kinderen zorgen
- ze zullen de kinderen niet verkopen
- ze mogen de kinderen niet verliezen
- een weeskind en het pleeggezin krijgen rijst van Spie-en en schoolbenodigdheden.
Als een weeskind meer dan drie kilometer moet reizen om naar school te gaan, verstrekt Spie-en (zusterorganisatie van De Brug) een fiets. Tijdens de vakantie worden recreatieve uitstapjes georganiseerd door de vrijwilligers.
Sommige van deze weeskinderen hebben ouders met HIV en tonen zelf symptomen. De vrijwilligers vragen dan de pleegouders de kinderen te laten testen. Indien ze positief worden getest, ontvangen ze dezelfde zorg als de aidspatiënten en ook dezelfde hoeveelheid rijst. Er zijn ook kinderen met alleen een vader of moeder die een armoedig bestaan hebben. Deze ‘risicokinderen’ krijgen ook extra rijst. Eind 2007 bestaat deze laatste groep uit 1132 kinderen. Samen met de weeskinderen zorgen de vrijwilligers voor ruim 4000 kinderen.
Project doelstellingen
- Bewustwording van mogelijkheden in de toekomst.
- Verwerking van verdriet, trauma's en eenzaamheid.
- Maatschappelijk thema's/ problemen bespreekbaar maken.
- Contacten versterken tussen de weeskinderen uit de verschillende dorpen.
Project doelgroep(en)
- Weeskinderen van aids-patiënten
- Weeskinderen uit arme gezinnen
Op welke manier draagt het project bij aan het oplossen van armoede?
De trauma's die kinderen moeten meedragen die ze door negatieve ervaringen in het verleden meegemaakt een stuk verlichten waardoor ze meer kunnen mogelijkheden hebben om aan hun toekomst te denken.
Duurzaamheid
n.v.t.