Ik ben nu anderhalve week hier en er gebeurd van alles. Naast het feit dat ik vooral ook even heb uitgeblazen van een hele drukke periode in Nederland en een heel druk project daarvoor in Namibie, ben ik ook al behoorlijk aan het acclimatiseren in dit voor mij nieuwe land. Zo anders dan Namibie, met haar droge uitgestrekte vlaktes.
Hier is het groen, warm en vochtig, chaotisch en druk. Heel wat anders dan Gobabis.
Ik heb onderhand kennis gemaakt met alle kids van onze partnerorganisatie Pronino. 90 in totaal. En de eerste lessen zijn al gegeven aan de jongens van
Las Floras en La Esperanza (het project bestaat uit verschillende fasen).
Dit ging harstikke goed, ondanks mijn nog niet zo vloeiende Spaans (wordt hard aangewerkt).
Het is verbazingwekkend om te merken hoeveel ze lijken op de mij zo vertrouwde Zula Boys, zelfde energie, zelfde blikken, zelfde lol, zelfde enorme behoefte aan aandacht en liefde. Ik ben blij dat ik de aankomende maanden met ze mag werken.
De bedoeling is ook dat we muziek gaan integreren in de voorstelling en acrobatische kunsten, hiervoor schakel ik lokale artiesten in om de jongens daarin te trainen. En natuurlijk hoop ik er zelf er ook het een en ander van op te pikken. De oudste jongens gaan zich bezig houden met het bouwen van decorstukken en als het even meezit ook het naaien van de kostuums.
Verder heb ik de afgelopen tijd getuige mogen zijn van indrukwekkende gebeurtenissen.
Ten eerste de herdenkingsdienst voor een jongen genaamd Ramon die dit jaar in mei helaas is overleden. Hij is weggelopen bij Pronino en is vervolgens verdronken in de rivier toen hij zijn kleren aan het wassen was vanwege een epileptische aanval. Hij was pas 15 jaar oud. Met een enorme groep kids is er een herdenkingsdienst voor hem gehouden en de verbeten gezichten van de jongens waren schrijnend. Pubers die zich groot willen houden maar eigenlijk heel hard willen huilen.
Ten tweede mocht ik afgelopen zondag mee op familiebezoek met een aantal jongens. Waaronder Junior. Junior zit al vier jaar Pronino en in al die tijd heeft hij geen contact gehad met zijn ouders. Het was dus hoogtijd om daar verandering in te brengen.
Hij komt uit het bergdorp San Antonio Cortes, dik anderhalf uur rijden van El Progreso. Daar aangekomen reden we naar het huis waar hij was opgegroeid, maar er was niemand thuis. Hij kende nog een plek waar iemand woonde die misschien wel wist waar zijn ouders nu waren, een vrouw met een klein winkeltje, Maria.
Op naar het winkeltje. Onderweg daar naar toe maande Diler (zijn broer die ook mee was) ons aan om te stoppen. Die vrouw die daar langs de kant van de weg liep, die kende hij. Junior naast mij verstijfde toen hij die vrouw zag, Dat is mijn moeder, prevelde hij bijna onhoorbaar. De begeleidster vroeg haar of zij misschien ene Maria kende en of ze ons naar haar toe kon brengen. Geen probleem, ze woont tegenover mij, ik wijs jullie wel de weg. Ze stapte voor in de auto. Junior naast mij hield het bijna niet meer.
Reginaldo, de directeur van het centrum, vertelde haar dat we bezig waren met herenigen van weggelopen kinderen met hun ouders. Op haar beurt vertelde Sandra, zo heet zij, dat ook zij twee ‘verloren’ zoons had en dat ze sinds hun verdwijning/vertrek elke dat tot God had gebeden om hun thuiskomst. Ze had goede hoop, want God had haar beloofd haar zoons terug te geven. Junior naast mij zat te snikken.Pas toen we bij haar huis aan kwamen en ze uitgestapt was maakten de twee ‘verloren’ zoons zich kenbaar. Een heftig emotioneel weerzin. Ook ik hield het niet droog.Na vier jaar eindelijk weer bijelkaar.

Ok, tot zover voor nu.
I’ll keep you guys posted...
Marieke