Beste mensen,
Het landbouw project in Noord Oeganda loopt nu bijna één jaar, tijd dus voor een update. Onlangs hebben wij een evaluatie gedaan van het project, maar voordat ik hier op in wil gaan, nog even wat algemene informatie. Wat ik in ieder geval ten eerste kwijt wil is dat het mede dankzij jullie hulp, goed gaat met het project.
ALGEMENE INFORMATIEWij steunen in totaal zes lokale CBOs (community based organisations) in drie verschillende lokaties. In elke lokatie werken twee groepen samen en delen zij vier ossen, een ploeg, zaaigoed, laarzen en allerlei handgereedschap. Deze groepen bestaan al geruime tijd, en naast een sociale 'gezelligheids' collectie, hebben de groepen ook een economische functie. De meeste groepsleden hebben naast hun landbouw activiteiten ook nog heel kleinschalige inkomsten genererende activiteiten, zoals tomaten verkopen op de markt, het maken van alcoholische dranken en dat soort dingen. Met het geld dat zij met deze activiteiten genereren hadden zij traditioneel al zogenaamde saving and loaning associations. Dit waren groepjes die elke week een x bedrag inlegde, bijvoorbeeld 10 euro cent. De bedoeling was dat één groepslid dat geld leent, zodat hij of zij het bedrijfje kan uitbreiden en weer meer geld kan maken. Het geleende geld moest dan later met een klein rente percentage terug betaald worden. Naast dit bedrijfje, waren alle groepsleden al actief in de landbouw sector, alleen hadden zij nooit de middelen om meer te produceren dan voor hun eigen onderhoud. Dankzij het landbouw project kunnen zij dit nu wel.
De meeste groepsleden zijn voormalige kindsoldaten en tienermoeders en deze groepen hebben lang ernstige stigmatisering van de samenleving ondervonden. Om sterker te staan tegenover de samenleving vormde de kindsoldaten groepen, die elkaar ondersteunded en elkaar hielpen met het krijgen van eten, morele steun en allerlei adviezen. Later werden deze groepen meer open voor 'vrienden' binnen de samenleving die hun niet stigmatiseerde, en hier zijn uiteindelijk de CBOs uit voort gegroeit. Met het landbouw project brengen wij twee groepen bijelkaar, wat weer goed is voor hun integratie in de samenleving.
Op eigen initiatief (en met onze financiele ondersteuning) zijn de zes groepen een paar weken terug bij elkaar op bezoek geweest om hun methodes met elkaar te bespreken en om van elkaar te leren. De groepsleiders hebben nu de afspraak gemaakt om elkaar vaken te gaan opzoeken en ze hebben ook afspraken gemaakt om, onder de supervisie van onze partner organisatie, om gezamenlijk op zoek te gaan naar een goede handelaar, om nog meer inkomsten te genereren.
Wat ik als laatste nog wil noemen voordat ik met de evaluatie begin, is dat het met de beesten ook goed gaat. De dierenarts is laatst weer langs geweest (kosteloos, we hebben echt een super aardige dierenarts gevonden) om de beesten te bekijken, en het gaat goed met ze. Ik had graag wat fotos willen laten zien, maar helaas, de CD met foto's die onze partner organisatie had opgestuurd zat vol met virussen, dus ik kon het niet openen.
EVALUATIEIn samenwerking met onze partner organisatie in Oeganda, hebben wij onlangs een evaluatie van het project uitgevoerd, om te kijken hoe het met het project staat een jaar na dato. De questionnaire is afgenomen onder 51 mensen, en het bestaat in totaal uit 165 vragen die binnen negen categorieën vallen. De categorieën zijn de volgende.
1. Het project ontwerp.
2. De implementatie van het project.
3. De training.
4. De productiemiddelen.
5. Tijdsbesteding.
6. Samenwerking.
7. Afzetmarkt.
8. Inkomsten (economische output)
9. Sociale reïntegratie.
Over punt 1 waren alle groepen het er overeens dat een landbouw project absoluut het beste bij hun dagelijkse leven en hun cultuur past. 92,5 % van de ondervraagden was van mening dat dit project de beste manier is om hun te helpen om een inkomen te genereren. In een latere vraag, of het houden van bijen misschien niet een betere manier was voor het genereren van een inkomen, was twintig procent het eens, en tachtig procent oneens. De grote meerderheid is ook van mening dat het landbouw project meer impact heeft dan het doneren van geld in hun kleine saving and loaning association. Een fout die wij hebben gemaakt bij het project design, was dat we een te laag budget hadden berekend. Dankzij jullie hulp, hebben wij dit probleem opgelost.
2. De implementatie van het project.
Wat betreft de implementatie waren de groepsleden over het algemeen ook tevreden, hoewel we hier wel wat kleine foutjes hebben gemaakt, die we de volgende keer moeten voorkomen. Bijvoorbeeld, 70 % van de groepsleden vonden het jammer dat er geen groepsvertegenwoordigers met ons zijn meegegaan om de eerste zes ossen uit te kiezen en aan te schaffen. Bovendien hebben wij de eerste zes ossen ook niet op de juiste markt gekocht. Volgens de dierenarts (hoorde we pas nadat we de eerste zes ossen hadden aangeschaft) moesten we de ossen op de markt van Kumi kopen, nabij Kenia, omdat ze daar al getrainde beesten hadden. Deze fout hebben wij hersteld met het aanschaffen van de laatste zes ossen. Een andere fout was dat het project iets te laat was ingevoerd, toen het regen seizoen al twee maanden aan de gang was. Dit heeft dus twee maanden van active productie gescheeld.
3. De training.
Wat betreft de training, geven alle groepsleden aan dat zij genoeg weten van landbouw om het project successvol uit te voeren. 97 % van de groepsleden vragen wel om meer training over irrigatie methodes en landerosie, dus in een volgend project moeten wij een groter budget hebben voor trainingen. 75 procent van de groepsleden geven aan dat het feit dat ze voormalige kindsoldaten zijn, niet hun vaardigheden als landbouwer heeft verslechterd. De groepsleden geven ook aan dat hun saving and loaning training (geld sparen, investeren, geld lenen, marketing, etc) goed aansluit bij het landbouw project, omdat ze nu beter met geld kunnen omgaan.
4. De productiemiddelen.
Wat betreft de productie middelen was de grootste fout dat we te lang te weinig ossen hadden voor de groepsleden en dat deze ossen ook nog eens niet getrained waren. Gedurende het grootste deel van het regenseizoen moesten zij het land bewerken met twee ossen. Als ze er al direct vier hadden gehad, was hun productie groter geweest. 87 procent van de groepsleden zijn het er wel over eens dat ossen de beste manier zijn voor hun om het land te bewerken. Ze geven aan (67 %) dat traktoren, logistiek simpelweg onmogelijk zijn in Noord Oeganda. De groepsleden geven ook aan dat ze graag meer handmiddelen hadden willen hebben. De groepsleden zijn wel (75 %) zijn wel erg tevreden over het zaaigoed.
5. Tijdsbesteding.
Wat betreft tijdsbesting, 77.5 procent van de mensen geeft aan dat ze dankzij het landbouw project, meer tijd hebben voor hun andere activiteiten. Dankzij de ossen besteden ze iets minder tijd op het land. De tijd die de groepsleden op het land door brengen verschilt, maar 45 % geeft aan tijdens het regen seizoen tussen de 20 en de 30 uur op het land door te brengen. 12 procent gaf aan rond de veertig uur op het land te werken. De rest werkt minder dan 20 uur op het land. Naast hun activiteiten op het land zijn de bezig met hun andere werkzaamheden en met het opvoeden van hun kinderen.
6. Samenwerking.
Wat betreft samenwerken gaat het in twee kampen erg goed terwijl er in het derde kamp (Opit) wat spanningen waren, onze partner organisatie is aan het bemiddelen in het derde kamp. De mensen van Awach and Patiko Ajulu zijn zelfs heel erg positief over de samenwerken en geven aan dat het een positieve uitwerking heeft op hun reïntegratie en de groei van hun sociale contacten.
7. Afzetmarkt.
Wat betreft de afzetmarkt waren de groepsleden gemix in mening. 60 % geeft aan dat ze niet over voldoende kennis beschikken betreffende de juiste handelslijnen. 44.7 procent geeft aan dat ze het gevoel hebben dat de handelaar hun een fair bedrag heeft gegeven voor hun eerste oogst, terwijl 26.3 procent deze vraag neutraal beantwoord en 28 procent denkt dat ze te weinig krijgen van de handelaar. Om dit probleem te verhelpen hebben de groepen onderling afgesproken om hun kennis te delen en beter met elkaar samen te werken.
8. Inkomsten (economische output)
Wat betreft de opbrengsten en de inkomsten. 81.7 percent van de groepsleden geven aan dat zij dit jaar minder honger hebben gekend dankzij het landbouw project. 84.2 procent van de groepsleden vinden het goed dat het overgrote gedeelte van het inkomen dat overblijft verder geïnvesteerd wordt in de aankoop van nieuwe zaden en 86.8 procent geeft aan dat dit ook genoeg gebeurt. De consequencie is wel dat er hierdoor weinig geld overblijft voor een inkomen. 65 % van de ondervraagden vinden dat het inkomen van het landbouwproject nog niet genoeg is om hun gezin mee te onderhouden. Echter, 97.3 % van de ondervraagden is van mening dat dit in het komender jaar gaat veranderen. (ook omdat ze nu vanaf het begin van het regenseizoen over alle juiste productie middelen beginnen)
9. Sociale reïntegratie.
Wat betreft het laatste punt, de sociale reïntegratie zijn alle groepsleden erg tevreden. 100 procent van de groepsleden geeft aan een betere toekomst voor zich te zien (dit komt natuurlijk ook doordat het al zo lang vrede is in Noord Oeganda). 100 procent van de ondervraagden geven aan dat ze nieuwe vrienden hebben gemaakt dankzij de samenwerking in the landbouw project. 94.6 procent van de ondervraagden geven aan dat ze zich meer gewaardeerd voelen dankzij hun productiemiddelen en de positieve manier hoe zij zich inzetten binnen de samenleving. 97.3 procent van de ondervraagden geeft aan dat ze nu het gevoel hebben dat ze minder afhankelijk zijn van anderen en hun zelfstandigheid hebben vergroot. 90 procent van de mensen zijn blij om een landbouwer te zijn, maar 24.3 procent van de mensen geven aan dat ze liever een ander beroep zouden doen als ze die keuze zouden hebben.
CONCLUSIE
Ik denk dat wij kunnen stellen dat de algemene conclusie is dat het goed gaat met het landbouwproject. De groeps- leden hebben niet langer honger, ze hebben een klein inkomen kunnen genereren, het grootste deel van de inkomsten in geïnvesteerd in nieuwe productie middelen zodat volgend jaar de inkomsten hoger worden, groepsleden hebben nieuwe vrienden gekregen en voelen zich weer waardige mensen binnen de samenleven. De groepsleden geven zelf aan super blij te zijn met het landbouw project en ze verwachten allemaal dat ze komend productie jaar nog meer gaan verdienen.
Last but not least, wil ik nog wat informatie geven over onze stichting. Wij hebben een nieuw project wat zich binnen Nederland afspeelt. Het is een educatief project over kindsoldaterij, voor middelbare scholen, dat bestaat uit een documentaire en een handboek. De documentaire gaat over sommige van onze begunstigden, en u kunt de hele documentaire zien om de webste. Bovendien kunt u dan ook wat van de omgeving zien waarin de projecten zich afspelen.
www.hetlevenvaneenkindsoldaat.nl
Verder gaan wij deze maand een aantal computers en printers naar Oeganda verschepen voor onze partner organisatie. Bovendien zijn wij bezig met de voorbereiding van een nieuw landbouw project en willen wij ook fondsen gaan werven om onze partner organisatie verder te professionaliseren.
Mijn excuses dat dit bericht heeeeeel erg lang is geworden, maar wij hadden al een tijdje niets van ons laten horen, dus dan maar een goede update.
Met vriendelijke groet,
Theo Hollander
Voorzitter van het WACF