| Organisatie: | Stichting Fair Pen | |
| Locatie: | Oeganda (Oost-Afrika) | |
| Kosten: | EUR 5.000 | |
| Beschrijving: | ||
| Het Fair Pen Newsletter project vormt zowel een uitwisselingsinstrument tussen kinderen en jongeren wereldwijd en is onderdeel van een proces dat leidt tot meer zelfvertrouwen en weerbaarheid bij de kinderen, een groter bewustzijn van hun eigen identiteit en cultuur, wat samen leidt tot een grotere zelfredzaamheid. Het project vindt onder andere plaats in Gulu (Noord), Kisoro (Zuid), Kampala (centraal) en Karamoja (oost). | ||
| Geld nodig voor: | ||
| Om het Fair Pen Newsletter Project in Oeganda zelfstandig door onze partnerorganisatie te laten draaien hebben we nu geld nodig voor het geven van workshops aan lokale trainers en leraren en voor het begeleiden van lokale coördinatoren. We streven naar duurzaamheid van het project. We willen dat ook na terugtrekking van Fair Pen Nederland, het Fair Pen Newsletter Project succesvol verloopt op zoveel mogelijk scholen, zodat we zoveel mogelijk jongeren bereiken. | ||
![]() |
Slecht nieuws, maar zielig zijn we niet!Door Edith Tulp: De schooldirecteur van de middelbare school in Katwe –een dorp aan de rand van het Queen Elisabeth Park- heb ik al lang niet meer gezien. Hij is een beminnelijke oudere man die FairPen een warm hart toedraagt en me vanachter zijn houten bureau een waterige maispap aanbiedt. “Ik lees in de nieuwsbrief van de leerlingen”, zeg ik, “dat er een aanslag op u is gepleegd”. De schooldirecteur buigt lichtjes zijn hoofd en wijst op een lang litteken dat verticaal over zijn schedel liep. “Ik ben nog steeds niet helemaal de oude”, zegt hij. En hij vertelt hoe hij in maart op de dag van de presidentsverkiezingen vlakbij zijn dorp in het pikkedonker is aangevallen. Iemand probeerde zijn schedel te splijten met een hakmes. Dat is niet helemaal gelukt. Wel werd hij voor dood achtergelaten, zijn arm was verlamd en ook zijn been deed het niet meer. Drie maanden lang in het ziekenhuis en het is überhaupt een godswonder dat de man achter zijn bureautje zit. Ook zijn ledematen kan hij gedeeltelijk weer bewegen. Maar de dader is onvindbaar en de angst zit er goed in. “Wat een gruwelijk verhaal”, reageer ik. “In de nieuwsbrief staat daar niets over te lezen”. “Nee”, zegt docent Henry, “de details hebben we er maar uitgelaten, we willen de leerlingen in Nederland niet laten schrikken.” Ik houd ook, stiekem, van sensationeel nieuws. En onze FairPenners in Oeganda, hoewel niet stiekem, zijn daar niet anders in. En er is nogal wat van dat soort nieuws in Oeganda: moord, verkrachtingen, ver(brand)ingen, verkeersongelukken, kindoffers (ja ja), gruwelijke zaken, we/ze lusten er wel pap van. Dus stimuleert FairPen haar leerlingen vooral positief nieuws te schrijven. In Katwe begrijpen ze dat nu wel. Katwe is de eerste (middelbare school) in een reeks van negen die ik in twee weken ‘monitor & evalueer’. Van Queen Elisabeth Park, zo’n zes uur rijden ten zuiden van Kampala, via Masaka en de Ssese Eilanden in het Victoriameer terug naar Kampala om vervolgens weer naar boven naar het noorden door te steken. Op elke school praat ik eerst met de docenten over hoe FairPen in school verloopt en wat voor resultaten ze boeken. Vervolgens praten we met de leerlingen in een ‘newsroom’ over hun laatste nieuwsbrief en waar ze zoal tegenaan lopen. Na afloop van dit kringgesprek interview ik twee leerlingen over hoe FairPen ze verder helpt in het leven. Ik zie leerlingen terug, die twee jaar geleden met FairPen begonnen. Officieel mogen ze niet zo lang in de FairPen-redactie zitten, maar sommige zijn er gewoon niet weg te slaan. Ze helpen de nieuwe FairPenners. Door de jaren heen nu, zie ik leerlingen veranderen. Ze stralen meer zelfvertrouwen uit, geven antwoord op vragen en stellen zelfs vragen! Dat is ongebruikelijk in Oegandese klassen waar alleen kennis wordt gestampt. En al zeker met een muzungu (blanke) praten is eng, heel eng. Net zoals schooldirecteuren maken ook de leerlingen heel wat mee in hun jonge levens. Shanilah in Katwe, heeft ruzie met haar vader, omdat hij niet altijd haar schoolgeld betaalt. Dan wordt ze tot haar schaamte naar huis gestuurd, waar ze moet onderhandelen met haar vader. Ze is heel boos. “Hij heeft vier vrouwen”, zegt ze, “die willen hem alleen omdat mijn vader geld heeft. En daarom betaalt hij mijn schoolgeld niet, Het heeft geen zin om met hem te praten. Maar als mijn broer in de vakantie thuiskomt, gaan we samen naar die vrouwen toe en dan vragen we ze mijn vader met rust te laten”. In Kalangala op de Ssese Eilanden, vertelt Henry me dat hij samen met zijn broertje wees is. Een organisatie betaalt zijn schoolgeld. De vakantie staat nu voor de deur, maar hij verheugt zich er niet op. Zijn tante, die voor hem zorgt, wil hem niet in huis hebben. Daarom zit hij ergens in z’n uppie in een hut. Hij kijkt van me weg, pijn in zijn ogen. De 14-jarige Allan, wiens moeder al lang dood is, vertelt me dat zijn ooms zijn vader gaan zoeken die hij nooit gekend heeft. Als Allan lacht, is het alsof de zon gaat schijnen. In Masaka tref ik een FairPenner diep ongelukkig aan, omdat zijn grote broer en rolmodel een paar maanden geleden is verongelukt. En in Pajule, het noorden van Oeganda, doet de 17-jarige Ensius me verslag over hoe zijn moeder door de rebellen werd ontvoerd en vermoord. Net zoals zijn FairPen-genootje Shonia van 16 leefde hij jarenlang in een vluchtelingenkamp, waar nooit genoeg te eten was. En nu is er weer niet genoeg te eten. Vanwege de inflatie, de droogte, de regen en allerlei oorzaken waarover ze in de nieuwsbrieven schrijven. Ze krijgen op school ’s ochtends waterige maispap en verder staat er alleen maar posho (maisdeeg) en bonen op het menu, dag in, dag uit en vaak niet echt genoeg. Dan hebben ze honger. De vakantie begint nu. Vanwege geldgebrek wat eerder dan normaal. De vraag is of de leerlingen thuis meer eten dan op school. Vaak niet, vaak blijft het thuis maar bij één maaltijd per dag. Door FairPen staan ze er bij stil, hoe dat nu eigenlijk zit met die voedselschaarste. Wat zouden ze doen als ze de president waren? “De corruptie afschaffen”, zeggen ze. “Zorgen dat de prijzen naar beneden gaan, zodat we eten kunnen kopen”.”Een oplossing vinden voor de bananenziekte”. “Meer voedsel importeren”, “Ervoor zorgen dat mensen voedsel opslaan en bewaren” “Gewassen verbouwen die meer opbrengen”. Maar soms zeggen ze ook: “wachten totdat er een ontwikkelingsorganisatie komt die ons eten geeft”. “En als die nou niet komt?”, vraag ik. “Dan accepteren we de situatie zoals die is en wachten we op betere tijden”. Maar onze FairPenners zijn geen zielige kinderen met hongerbuikjes, tranen en vliegen op de wangen, ook al hebben ze aan van alles gebrek. Mijn standaardvraag is: wat maakt jou gelukkig in het leven? De 17-jarige Joventah begint te stralen en zegt: “Wat mij gelukkig maakt is als mijn moeder en mijn leraren van mij houden”. En heel simpel, zoals de 15-jarige Ronald het zegt: “Ik ben gelukkig omdat mijn ouders me te eten en kleding geven en…,ik weet niet, alles is gewoon goed.” Kom daar maar eens bij Westerse kinderen om. Onze FairPenners maken veel mee in het leven, maar ze zijn slim en positief, hebben hoop en zijn vooral veerkrachtig. Dat doet het leven blijkbaar met ze. Wil Oeganda ten goede veranderen, dan ligt de toekomst bij deze kinderen en het is waard daarin te investeren. Op mijn allerlaatste school in Abim, vertelt de schooldirecteur –ook al zo’n aardige oudere man- dat hij na een maand aan een zware malaria te hebben geleden op de brommer geplet werd tussen twee botsende vrachtwagen. Hij hield er gekneusde en gebroken ribben aan over en is na drie maanden weer voor de eerste keer op school. Ja, ook ik ben dol op sensationeel nieuws. Geplaatst op: 20 december 2011 door Gerdien |
![]() |
Heel veel vragenDoor Edith Tulp In juni was ik in Karamoja, het uiterste noordoosten van Oeganda, waar volgens de laatste berichten hongersnood heerst. Eigenlijk heerst er altijd hongersnood. Het gebied is gruwelijk droog. Al vanaf begin jaren ‘60 zijn de Karamojong –nomaden zoals de Masai en de Turkana- er afhankelijk van het World Food Programme (WFP). Ik vraag me af: wie waren er eerst? Het WFP of de Karamojong? Gaven de Karamojong hun nomadenbestaan op omdat het WFP er was? Feit is dat de scholen waar FairPen werkt, niet zouden bestaan zonder het WFP. Al sinds de oprichting van de scholen door Obote in de jaren zestig, bezorgt de hulporganisatie er gratis lunch. Afgelopen april ging dat even mis. Vanwege een kink in de transportketen, kon het WFP geen voedsel leveren en de scholen in Kotido gingen twee weken lang dicht. Toen ik er was, was de normale gang van zaken weer hervat. Dat wil zeggen dat ik zag hoe het voedsel van het WFP niet alleen op de scholen werd bezorgd, maar ook in grote zakken op de markt werd verhandeld. Ik was nog maar net thuis, toen ik in de krant las dat er hongersnood heerst in Oeganda. Dat bericht verdween even uit de media, en is nu weer terug. Ik vraag me af waarom het WFP, dat daar al zo lang is, geen irrigatiekanalen heeft aangelegd of iets anders heeft verzonnen. Soms namelijk lijdt het gebied ook onder te heftige regenval en dan zijn er overstromingen. En waarom treft de president van Oeganda geen maatregelen? Oeganda is één van de vruchtbaarste landen van Afrika. Je hoeft er maar een stok in de grond te zetten en het groeit! Daarom is het ook des te ongeloofwaardiger dat er niet alleen in het barre Karamoja honger heerst, maar ook in de rest van het land! Met de kredietcrisis, zijn de voedselprijzen in Oeganda gestegen. Dat is dramatisch voor de arme bevolking, die misschien wel wat op een stukje land verbouwt en met wat geluk een paar geiten heeft, maar genoeg is dat niet voor de gemiddeld acht opgroeiende kinderen in een huishouden. Sommige ouders in de groenere delen van Oeganda kunnen de schoollunch –maispap en bruine bonen- voor hun kinderen niet meer betalen. Ik was er getuige van dat in Katwe –een dorpje midden in het Queen Elizabeth Park waar blanken zo graag op een duurbetaalde safari gaan- docenten op de middelbare school klagen omdat hun leerlingen er ’s middags niets meer van bakken qua concentratie. Ze hebben honger en als je honger hebt, kun je niet leren. Ik vraag me af waarom dit alles niet anders is. Het is ons doel dat Oegandese jongeren zich dit ook gaan afvragen. En dat ze vragen gaan stellen. Véél vragen aan hun ouders, leraren en later aan hun leiders. En dat ze gaan denken over hoe het anders moet, voor zichzelf, maar ook voor hun land. Hoe ze in een positie kunnen geraken dat ze zich niet meer hoeven te wenden tot het westen om hun hand op te houden. Daarom gaan tientallen Oegandese FairPen scholen nu een nieuwsbrief schrijven over het thema ‘Food Security’; voedselzekerheid. Ze gaan onderzoek en interviews doen en antwoorden zoeken op een heleboel vragen over honger, schaarste en genoeg gezond eten. Oplossingen zullen ze niet meteen vinden, maar wel worden ze zich bewust en doen ze kennis op. Geen voorgekauwde kennis, maar kennis die ze zélf hebben gevonden. Dat geeft zelfvertrouwen en de moed om door te vragen. Over het corrupte systeem in Karamoja misschien. Dat is empowerment. En daarin ligt de kiem voor duurzame oplossingen, ook voor de hongersnood. Daar gaan we voor.Geplaatst op: 16 september 2011 door Gerdien |
![]() |
Mzungu Mzungu
“Wat wil je later worden”, vroeg FairPen’s coach Ismael aan een leerling van de eerste klas van de lagere school. “Muzungu”, antwoordde het kind. Muzungu is het Swahili woord voor blanke vreemdeling, wij dus. Een heleboel kinderen willen als ze groot zijn muzungu worden. Muzungu zijn heeft in de ogen van onze zwarte medemens een heleboel voor(oor)delen. Wij vallen op door een lichte huid, maar vooral heeft een muzungu geld, véél geld, weet en kan hij alles véél beter en heeft hij toegang tot magische machten en krachten (laptops, IPods en contactlenzen).Kortom zijn we een soort halfgoden. En daarom word ik overal waar ik kom in Oeganda aan- en nagestaard. Vorige week in het district Rakai ten zuiden van Kampala aan de Tanzaniaanse grens, bezocht ik vier dagen lang drie basisschooltjes, waar onze coaches een project aan het uitvoeren waren voor ILO (International Labour Organization). De drie schooltjes, waar kinderen over kinderarbeid gingen schrijven, lagen midden in de bush ongeveer een uur rijden van elkaar vandaan. Ik had me in onze ouwe rammelende FairPen Landcruiser laten afzetten in het enige stadje in de omgeving waar een hotel was en de chauffeur naar huis gestuurd. Dat de schooltjes zo ver uit elkaar lagen, wist ik niet. Ik had me eigenlijk voorgenomen niet in mijn eentje te gaan autorijden, omdat de combinatie muzungu en vrouw (wit en rijk en zwak en ook nog eens alleen) een hele aantrekkelijke combi is voor sommige Oegandezen, vooral als je panne met de auto krijgt, maar ik moest wel…. .
Geplaatst op: 23 juni 2011 door Gerdien |
![]() |
Over Sinterklaas en gorilla's
Er was een jongetje op basisschool Unifat in Gulu, noordelijk Oeganda, die over Spiderman wilde schrijven in de nieuwsbrief. “Maar”, vroegen we hem, “bestaat Spiderman dan echt?” “Ja”, zei hij, “want ik heb hem op de televisie gezien.” Oegandese kinderen zien zelden televisie en wat ze zien is staatstelevisie en daarop is alles ‘echt’. We legden hem dus uit dat Spiderman een verzinsel is en dat hij er niet over kon schrijven alsof de held echt was. FairPen doet niet aan fictie. Dat Sinterklaas wel een prominente plaats heeft in de Nederlandse versie van FairPen, zelfs nog mét foto én interview, wordt nog lastig uitleggen. Het zal de overtuiging aan het wankelen brengen dat blanke kinderen alles beter doen en alles mogen! Gelukkig maar.
Geplaatst op: 29 maart 2011 door Gerdien |
![]() |
Ervaringen uit het veld door Edith TulpIeder schooltrimester maak ik een rondje langs Fair Pen scholen om te kijken hoe het gaat met de productie van de nieuwsbrieven. Dit keer reis ik met Alfred –onze Oegandese trainer, Nederlandse vrijwillige consultant Corin en chauffeur Robert door het zuidwesten van Oeganda. We bevinden ons aan de rand van het Queen Elisabeth Park waar we Katerera Comprehensive High School bezoeken. Na een nacht zware regen baggeren we om ’s ochtends 8 uur door modderige geitensporen naar de school, waar we in een klein sjofel kamertje dat dienst doet als lerarenkamer wachten in een oud doorgezakte zitkamerameublement. Het dorp Katerera, gelegen in een landschap van glooiende heuvels vol bananenbomen en verzonken kratermeren, heeft nog niet zo lang stroom. De school maakt er optimaal gebruik van en heeft een oude kleurentelevisie aangeschaft die het nog doet ook. In die natte bruine kamer spat BBC World van het scherm af, als ware het klatergoud. Wolkenkrabbers, tropische stranden, zonnige cocktails, succesvolle zakenmannen, kristallen kroonluchters, spiegels… het contrast kan niet groter zijn. In de deuropening verzamelen zich in vodden geklede kinderen die ons met open mond aanstaren. We zijn dat gewend, dat gestaar. Ik kijk naar de kleurige wereld van de televisie. Ik kijk naar de kinderen. “Muzungu”, how are you?”, doet één van hen wat aarzelend de gebruikelijke begroeting. Muzungu betekent in Swahili iemand die van ver komt, een vreemdeling. Waar we ook komen, overal zingt het rond: ‘muzungu, muzungu’ als een zwerm onrustige bijen. Vaak volgt daarop ‘how are you’ en ‘give me money’ en zelfs ‘give me my money’, ook al heb je niets uitgeleend. Soms kortweg ‘money’. Dat riep een volwassen man in hartje Kampala me toe, toen ik met de auto voorbij reed. “Wat”, schreeuwde ik terug. “Mummie? Ik weet niet waar jou mammie is”. Dat resulteerde in een lachsalvo van voorbijgangers, maar meestal is het niet leuk steeds als wandelende portemonnee te worden gezien. Ook muzungu klinkt in het begin nog wel exotisch, maar op een dag heb je er een hekel aan als een muzungu te worden aangesproken, en niet als een persoon. Zoals docent Henry mij vertelde. Hij nam twee Nederlandse studenten mee naar de markt. De marktlui zeiden: “Kijk, die twee muzungu’s, die komen hier om ons geld te geven”“Waarom denken jullie dat?” vroeg Henry. “Denk je dat die mensen een zak geld bij zich hebben om die aan jullie uit te delen?”“Door mensen als jij komt het dat ze dat niet doen”, was het antwoord.Henry is in Nederland geweest. Hij probeerde het zich voor te stellen hoe het zou zijn als iedereen naar hem wijst en kijkt en hem ‘zwartje’ zou noemen. “Ik zou me nogal ongemakkelijk voelen”, zei hij. Ik denk nu, in dat lerarenkamertje, dat deze kinderen denken dat wij uit de televisie zijn gestapt. Want het enige wat deze kinderen kennen, is hun dorp. En daar komen wij niet vandaan. We komen niet eens uit het land, het continent en bovendien: we zijn WIT. En witten zie je alleen op de televisie. Dat die zomaar Katerera binnenkomen is een wonder. Dat ging ook bepaald niet ongemerkt. Tijdens ons entree in het dorp barstte een heftig onweer los. Robert vroeg zich hardop af of het wel verstandig was het zandpad naar de school toe in te slaan. Het ging inderdaad zo hard, dat binnen een halve minuut de rode aarde was veranderd in een modderstroom waar we doorheen glibberden. We stonden stil voor de poort van de school. Door het regengordijn, zag niemand hoe we met de lichten knipperden. Felle donderslagen overstemden ook het getoeter. Door de slecht sluitende achterdeur van onze oude Landcruiser stroomde het water naar binnen. Ze dreigde de schoolmaterialen en de manuals te vernietigen. Tegelijkertijd met Robert sprong ik uit de auto om de achterdeur open te doen en te redden wat er te redden viel. Robert nam het van me over en dus rende ik door een deurtje in de poort over het schoolterrein naar het lerarenkamertje van de televisie. Ook nu stond de televisie aan. Eén achtergebleven docent sprong verschrikt op toen hij me zag. Ik wees naar de poort en gebaarde hem die open te doen. Een leerling werd er naar toe gestuurd. Ik zat te druipen in het ameublement, waarvan ik de veer in m’n kont voel steken. Op televisie speelde zo’n over geacteerde Nigeriaanse soap die zo populair zijn in dit land. De docent zat vastgeplakt aan het scherm. Ik vergeleek de keurige tafeltjes met kleurige plastic borden, de pluche bankstellen in het tv-decor met het zootje hier. Zelfs in Nigeria ziet het er nog honderd keer beter uit. De anderen wachtten in de auto totdat de ergste regen afnam. Zo namen we die avond onze intrek in het hotel Valley Inn. Het lag inderdaad in een dal en dat verklaarde de rivieren over straat. De kamers kostten niet veel. Het was ook niet veel. Een bed met twee kapstokken aan voeten- en hoofdeinde waaraan de klamboe kon hangen, ware het niet dat die er niet was of vol gaten zat. Er was een douche, een wastafel en een wc, maar geen stromend water. Er zaten gaten in de muur waarin stopcontacten konden zitten zodat je je telefoon kon opladen en er hing een peertje aan het plafond dat het zou doen als er stroom was. In plaats daarvan zette het meisje dat het hele hotel leek te bestieren een gammel kaarsje neer op de betonnen vloer, zo’n kaarsje dat binnen tien minuten op was. De ijzeren deuren in de kamer werden afgesloten met hangsloten. Omdat het meisje een aantal sleutels kwijt was en sommige sleutels het echt niet deden op het hangslot, was de keuze in kamers beperkt. Dat gaf niet, want het verschil tussen een single en double room was de afmetingen van het bed. Het ene bed was iets breder dan het ander, het scheelde eigenlijk niet veel, maar wel in prijs: de helft. De kamers lagen in twee rijen van elk 5 kamers tegenover elkaar. Ertussen liep een gootje dat nu vol met water stond. Gek toch eigenlijk dat Oegandezen, zeker als ze uit Ruyankore komen, nooit normaal met elkaar praten. Ook al staan ze naast elkaar, dan nog schreeuwen ze naar elkaar. Maar, de hemel zij geprezen, was het verder, behalve het geluid van de regen, stil. Meestal ligt de bar zo ongeveer in de kamer, maar hier lag de bar een eind daar vandaan. Daar kwam je hink-stap-sprong over modder en plassen. Een kleine generator maakte er een hels kabaal, de televisie met de nieuwste Afrikaanse hits, kon er met moeite over uit komen. In het halfdonker dronken we lauw bier, totdat het eten klaar was. Nou ja, het eten wás klaar, zeiden ze een aantal keren, alleen de rijst nog niet. Het wachten was op de rijst. Weer door de modder in het pikkedonker gleden we naar het restaurant, waar op houtskool brandende grote zwarte ijzeren pannen stoom stonden te blazen. In het licht van een tl- buis, stonden tafels aan elkaar geschoven. Op houten banken zaten mannen te eten. Hun vingers plukten stukjes waterige deegmassa, gemaakt van cassave of maïs, die ze in een waterige soep doopten. Alle ogen waren gericht op ons. Muzungu’s gonsde het om ons heen. Corin maakte nog een grapje. Ze stond op en riep: “Muzungu’s, waar dan… waar?” Maar zelfs toen we al zaten en aten, bleven de blikken onze kant op staren. “Wat zeggen ze dan?” vroeg ik Robert. “Ach”, wuifde hij weg, “ze vragen zich af wat die muzungu’s hier doen en waarom ze ons eten eten en of ze dat wel kunnen eten en wat jullie dan eten en hoe?”. Ik groef m’n vingers in de ogen van een tilapia kop en doopte het visvlees in de waterige saus die ik kneedde in de speciaal voor ons geprepareerde rijst en probeerde te eten. De graten van de tilapiakop bleven aan m’n vingers kleven. Zoals we gekomen waren in de regen, zo slipten we in de regen weer terug naar onze kamers. Het meisje kwam een jerrycan met heet water brengen en op het moment dat ik me wilde inzepen ging het licht weer uit. En zo zitten we nu, de volgende dag, weggezakt in een oud bankstel waarvan de veren me nog steeds tegen de kont priemen BBC World te kijken in de kleine lerarenkamer van Katerera Comprehensive High School in het Rubenrigizi District van Oeganda. Alle docenten hebben zich verzameld en zoals televisies dat doen, alle ogen zijn op de televisie gericht. We krijgen ontbijt van chapati’s, bananen, gekookte eieren en een grote portie runderlever die ik aan Corin doorgeef. Wat een docent de vraag ontlokt: “Houd jij niet van lekkere dingen?” Ik wil net antwoorden als opeens een bekend blond kapsel op de televisie mijn aandacht trekt. Ook Corin reageert gealarmeerd.. Wilders, het is Wilders. Dat is de laatste die je wilt zien ver van huis. Gelukkig blijft hij in de televisie zitten. Ik hoor iets over populist, anti-islam, extreem rechts. Wilders in de rechtbank, waar hij wordt beticht van haatzaaien, discriminatie, racisme. Hij springt er nog steeds niet uit. De docenten kijken onbewogen toe, alsof ze het niet raakt.. En ik wil dat ik weer even de televisie in kan sluipen, achter de coulissen, zodat niemand mij ziet. Geplaatst op: 12 januari 2011 door Gerdien |
![]() |
SNV zegt:Our first partnership initiative in Kumi district (6 UPE schools in Mukongoro sub-county) is winding up and we had a small project monitoring review at the DEO's office last week. One of the head-teachers (representing the 6 schools) and the CCT were also present, as well as Josephin...e from Fair Pen and my SNV WaSH colleague Bernard Eyadu.
The DEO told us that literacy is a real challenge in Kumi and he was keen to hear about Fair Pen. I do not know what I was exactly expecting from this review - we have only worked yet for 2 months in this partnership and we are learning on the way - but the feedback from both the CCT and the 6 schools was incredible. The 6 schools and the CCT have experienced the Fair Pen project (under the SNV innovation or Alternative Teaching Learning Approaches) as very inspirational and beneficial for both teachers and learners. Feedback included statements as "children have changed, they have become more curious, their self-confidence has increased, they are more assertive", "the Fair Pen training was very good and professional", "teachers and children are showing more interest in reading and creative writing and illustrating their own stories", "the 6 schools are now more and more working and learning together, linked through Fair Pen, while they will also be sharing their newspapers with other schools from other districts which will be very exciting", "communication skills are improving as well as teamwork" etc. etc. CONGRATULATIONS FAIR PEN AND KUMI DISTRICT! Well done. (please do share with other Fair Pen staff who were involved) At the meeting ee have quickly browsed through the newspapers developed by the six schools and it is indeed impressive to see what children write about (WaSH in school was also a topic in some of the newspapers). Copies will be made and further shared. At the review we also discussed follow up and next steps and the DEO promised not to move the Fair Pen teachers to other schools for the next 3 years so that the school newspaper development becomes more institutionalized and part and parcel of the system. Geplaatst op: 02 december 2010 door Gerdien |
![]() |
Let Art Talk en Fair Pen
Onder leiding van beeldend kunstenaar Fred Mutebi vond tijdens het Cultureel Festival een bijzondere workshop plaats. Mutebi maakte samen met leerlingen zogenoemde ‘talking murals'; geschilderde of 'pratende' panelen die een verhaal vertellen. Samen met leerlingen zocht Mutebi naar woorden die bij het thema ‘niet gewelddadige verkiezingen’(in 2011 wordt in Uganda een nieuwe president gekozen)passen. Samen schilderden ze woorden in verschillende talen op tien aansluitende canvasdoeken. ‘Together we can talk to avoid electoral violence’, stond er uiteindelijk boven het kunstwerk te lezen. Het is een voorproefje op de samenwerking tussen Fair Pen Uganda Foundation en de organisatie Let Art Talk.
Geplaatst op: 04 november 2010 door Gerdien |
![]() |
Eerste coaches naar KaramojaEen eerste team van zes Oegandese coaches, zijn ieder naar een school in Karamoja afgereisd om docenten te assisteren bij het maken van een eerste Fair Pen nieuwsbrief in hun school. De zes zijn allen docenten op middelbare scholen verspreid door Oeganda,die in de meeste gevallen een tweede of derde nieuwsbrief hebben geschreven. Op zaterdagmiddag 5 juni stonden vlnr Henry Sserumaga (Kako, Masaka), Alfred Lakony (Unifat,Gulu), Adrine Atuhire (St.Joseph, Rubuguri), Ronald Ssekimpi (Stena Hill, Kampala), Stephen Kalule (Kalule Junior School, Kampala) en Stephen Bwanika (Bishop Secondary School, Mukono), klaar om met Fair Pen materialen af te reizen naar het meest afgelegen en ruige gedeelte van het land; Karamoja. Zij zijn de pioniers van Fair Pen en voorhoede van wat moet uitgroeien tot een volwassen netwerk van trainers en coaches die deelnemende en nieuwe scholen de beginselen van Fair Pen gaan uitleggen. Om welbeslagen ten ijs te komen, volgden ze een workshop voor coaches in april in Kampala en werden ze op 5 juni nog eens gefinetuned door vrijwilliger en consultant Leo Dijkman.Geplaatst op: 01 oktober 2010 door Gerdien |
![]() |
FP-award naar Kako schoolIn het weekend van 18 en 19 september is dit jaar voor het eerst de beste Fair Pen Newsletter gekozen. Dit gebeurde tijdens een groot cultureel festival dat Fair pen Foundation en Sharing Schools Uganda in Kampala organiseerden voor meer dan 500 kinderen uit alle uithoeken van Oeganda. Kako SS uit Masaka behaalde een eerste prijs, gevolgd door Sserewanga Lwanga Memorial SS uit Kalangala met de tweede prijs. De derde prijs ging naar St. Joseph Vocational SS uit Rubuguri. Een keuze maken uit de nieuwsbrieven van vijftien middelbare scholen was geen makkelijke opgave. Voor elke nieuwsbrief geldt dat het enthousiasme en motivatie van de leerlingen van de pagina’s afspatten. Bovendien heeft elke nieuwsbrief zijn eigen stijl en originaliteit. De één is heel goed in het maken van koppen of illustraties, de andere school bakt daar niets van, maar weet weer heel goed bronnen te citeren of de onderwerpen goed uit te zoeken. Uiteindelijk prefereerde de jury –die uit drie journalisten bestond- de kwaliteit van de inhoud boven de vaak prachtige presentaties van de nieuwsbrieven. Het was dan ook niet dankzij haar kriebelige handschrift dat Kako SS uit Masaka een eerste prijs in de wacht sleepte, maar vanwege goed research en veldwerk. Fair Pen journalisten verwerkten een interview met een bewaarder van de gevangenis over de behandeling van de gevangenen, in een artikel over lijfstraffen en bezochten ook het plaatselijk ziekenhuis om verplegers te interviewen over de omstandigheden van de patiënten. Een hele bijzondere tweede prijs ging naar Sserewanga Lwanga Memorial SS uit Kalangala. Kalangala is een dorp op één van de Ssese eilanden in het Victoria Meer. De reis over het water erheen duurt drie uur en de meeste leerlingen zijn nog nooit op het vasteland geweest. Fair Pen betekent voor hen een kans om uit hun isolement te komen en dat nemen ze heel serieus. Een gebalanceerde keuze van de onderwerpen variërend van een apenkolonie die op school de voorraadkeuken plunderde tot en met interessante verhalen over economische activiteiten op het eiland was boven de gemiddelde maat. Zeker gezien het feit dat dit de eerste nieuwsbrief van de school was. Daarbij lieten ze prachtige illustraties en cartoons zien. Heel origineel hadden ze zelfs bedacht dat er onderschriften bij de illustraties moesten staan. De derde prijs ging naar St. Joseph Vocational SS in Rubuguri. St.Joseph’s is één van de eerste drie scholen waar Fair Pen in 2008 aan het werk ging. Het dorpje in het uiterste zuidwesten van Oeganda ligt hoog in de bergen tegen het beroemde Bwindi Forest aan, waar Diana Fossey onderzoek naar gorilla’s deed. De bewoners zien regelmatig rijke toeristen uit het westen die op gorillatrack gaan, maar zelfs een bezoekje twee uur verderop naar het provinciestadje Kisoro is voor hen eerder uitzondering dan regel. St.Joseph presteerde lang ondermaats, maar dit keer was hun research zoveel beter geworden, dat dat zeker een beloning verdiende. Eigenlijk verdienden alle andere scholen ook een prijs. Maar Fair Pen moest het bij diploma’s houden voor verschillende categoriën, zoals de beste layout, het mooiste handschrift, de goede samenwerking, de grootste variëteit etc. Alle nieuwsbrieven werden vervolgens tentoongesteld en genoten veel belangstelling van studenten, hun docenten en genodigden.Geplaatst op: 01 oktober 2010 door Gerdien |
Nieuws | Waarom 1% | Over 1%CLUB | Voor bedrijven | In de Media | Contact | Wie zijn we? | Partners |
Veelgestelde vragen | Algemene voorwaarden | 1%BLOG | Vacatures | 1%SHOW | Mobiele website | Toolbox

