 |
update
Een update! Een update is altijd moeilijk. Ik kan je niet de geur meesturen die ik rook tijdens de rit van Harare naar Mutare (die typische houtgeur van alle kleine kookvuurtjes samen, die hier in de lucht hangt en aan de mensen kleeft). Ik kan je niet de fantastische rotsformaties laten zien, of de gekke aapjes die je eten stelen, of de kleine baby’s die gedragen worden op de ruggen van hun moeder. Ik kan je (gelukkig) niet het zweet in de volgepropte busjes laten ruiken, of je het gezoem laten horen van die gruwelijk grote Zimbabwaanse wespen genaamd ‘magos’. En ik kan je niet het tempo laten voelen van dat rustige lopen, wat acuut mijn Hollandse schouders ontspant. Maar goed, een poging tot een update dan!
We zitten hier heel goed. Marlboro Court is het appartement van de Stedenband Haarlem-Mutare en een superfijne plek. Het is mooi weer en vanaf ons balkon kijk ik uit over de hoge, mistige bergen die Zimbabwe van Mozambique scheiden. Beneden me struinen mensen met Afrikaans tempo over de wegen van Mutare. Soms zwaait een kind naar ons en benoemt ons, zodat we het niet vergeten: ‘murungu!’ Want dat zijn we; de blanken, de Europeanen. Die meiden uit Holland die iets met theater komen doen. Die soms een zonnebril dragen, die zich insmeren, die zich druk maken over de tijd. We zwaaien maar gewoon terug en giechelen met ze mee. We zitten hier nu ongeveer twee weken en dit balkon is mijn thuishaven.
De vliegreis, via Addis Abeba, verliep goed. We schrokken natuurlijk wel, toen we hoorden van het neergestorte vliegtuig vanuit Zuid-Afrika. Het openmaken van de koffers op Harare Airport verliep halfslachtig, waardoor ons teveel aan dollars gelukkig onopgemerkt bleef. De douane meneer leek meer interesse te hebben in mijn laptop, die in een knalroze hoes zit. Jansje, mijn collega, had een fantastische oplossing. Zodra haar koffer openging, kwamen haar B.H.’s tevoorschijn, waardoor de meneer van schrik de koffer direct weer dichtsloeg.
We hebben nog meer geluk: maar 1 powercut per week! We hebben zelfs warm water. Omdat we vlakbij het gemeentehuis en het politiebureau zitten, mogen we meegenieten van hun bevoorrechte positie. In de townships hebben ze elke dag een powercut; meestal van 17.00 tot 21.00, precies het moment van avondeten koken. Hoeveel honger je hebt bepaalt dan, of je een dutje gaat doen tot het licht weer aanschiet, of dat je buiten een vuurtje gaat maken. Er gaan geruchten dat het tijdens het WK erger gaat worden, omdat Zimbabwe een deel van haar stroom kwijtraakt aan Zuid-Afrika. We zullen zien…
De voorbereidingen voor de theaterprojecten zijn rustig begonnen. In tegenstelling tot voorgaande jaren, waarin we direct hals over kop aan de slag moesten vanwege de beperkte tijd. We hebben een korte vergadering gehad op woensdag, met een meneer van het Zimbabwaans cultuurfonds. Het ICHYPPA Festival, een theaterfestival voor en met kinderen, vond hij een prachtig initiatief. ICHYPPA is door Zimbabwanen hier in Mutare opgericht en wij zullen zijdelings betrokken zijn en meehelpen met het organiseren van het festival. Verder hebben Jansje en ik ons eerste gesprekken en vergaderingen met de betrokkenen hier over het Stedenband Theater Project. We gaan in twee Mutarese townships community theater maken, in Dangamvura en in Hobhouse. Vorig jaar werkten we in een theater in town, en nu willen we echt de wijken in, zodat we meer mensen bereiken.
De projecten beginnen met een ‘padare’, een bijeenkomst van de mensen in de township waarin gesproken wordt over ‘hot issues’. De laatste hot issue in Dangamvura is bijvoorbeeld het afbranden van een huis door een zogeheten ‘goblin’ ; kabouters die van gedaante kunnen veranderen. Goblins kunnen je rijk maken, maar ze voeden zich vaak met bloed of willen vrijen met je dochter. En soms kunnen ze zich dus tegen je keren. Je koopt je goblin in Zuid-Afrika, op speciale markten, in de vorm van bijvoorbeeld een plant of een muis. De familie van het afgebrande huis in Dangamvura verblijft momenteel in een tent van het Rode Kruis… Dangamvura is een ontzettend grote township, met betere en mindere wijken. Hobhouse is een nieuwe township met veel jonge gezinnen en nieuwe huizen. Momenteel zitten we middenin de organisatorische voorbereidingen voor de twee community theaterprojecten. Met zowel Nederlandse als Zimbabwaanse Stedenbandmensen hebben we een frisse, nieuwe opzet gemaakt voor het Theater Project, zodat we aansluiten op de wensen vanuit de gemeenschap hier. Ik heb zin om te beginnen met repeteren en hoop dat alles zal lukken!
Het gaat iets beter in Mutare. De winkels liggen vol, al is het ontzettend duur voor de gewone man. Er rijden veel meer auto’s dan mijn eerste keer, in 2007, toen er amper benzine was. Het wisselen van geld is veel minder moeilijk. De enorme rijen voor brood en melk zijn weg. Wel zijn er nog steeds kinderen die bedelen op straat. Sommigen zijn thuisloos, anderen worden erop uitgestuurd om wat bij te verdienen. Er wordt me verteld dat sommige van die kinderen uit de ‘rural areas’ komen, van ver buiten de stad. Ik vraag me af hoe die reis eruit ziet, helemaal in je eentje, met niets of niemand bij je, behalve de kleren aan je lijf.
We zien ook wat van de andere afdelingen van de Stedenband. Vandaag hebben we in Sakubva Stadion de uitkomst gezien van de uitwisseling op het gebied van sport. Het was een vrolijke en energieke ochtend, waarin schoolkinderen meededen aan een soort sportfestival. En Gift, de man die hier gaat over de woningprojecten, heeft ons veel verteld en laten zien in Hobhouse. Zijn Stedenband afdeling ‘housing’ doet het behoorlijk goed. Er komt ook een bibliotheek in Hobhouse, dankzij het ‘Lees Honger’ project. Jansje en ik hebben een dagje geholpen met het registreren van alle boeken, wat een flink karwei is, want het zijn er 14000 in totaal! Etty, de toekomstige bibliothecaresse, heeft dus nog een flinke klus. Gift is iemand die van wanten weet. Sinds kort is hij ook algemeen coördinator voor de Stedenband, en hij geeft ons direct wat wensen en gedachten mee die we kunnen gebruiken voor de opzet van ons theaterproject in Hobhouse.
De weg naar Hobhouse was minder hobbelig dan vorig jaar, hoewel gaten in het wegdek altijd bij Zimbabwe zullen horen. Ieder gat in de weg, lijkt wel een doorgang naar een andere wereld. Sommigen zijn enorm. Ze worden ‘potholes’ genoemd. De auto’s slingeren gevaarlijk heen en weer, om ze te vermijden. Niemand blijft netjes aan zijn of haar kant van de weg, maar toch lijkt het een eigen logica te hebben. Ik vind ze wel iets hebben, die gaten. Sommige wegen zijn bijna maanlandschappen. Ik ken zelfs een volwassen man die, na een biertje teveel natuurlijk, erin viel en er naar eigen zeggen helemaal in verdween.
Nog steeds houden de mannen hier erg van bier. Sommige dingen blijven hetzelfde! Afgelopen zaterdag in ‘Tops’ (ik noem het de Dangamvura Disco) heb ik weer volop kunnen genieten van allerlei vormen van vallen, lallen en in slaap vallen. In een donkere ruimte met snoeiharde muziek, drinken mannen zich laveloos om vervolgens door de kraterlandschappen naar huis te wankelen. De enkele vrouwen die er zijn, giechelen om ons. Zonder onze vrienden, of beter gezegd onze chaperonnes, zouden we hier niet kunnen zijn. Henry stelt ons voor aan de mensen die ok zijn (die steevast allemaal zijn ‘brother’ zijn). Finton adviseert ons over het aanwezige eten (vet met een beetje vlees). En Allen blijft zelfs nuchter om in geval van nood fysiek grenzen aan te kunnen geven. Maar het valt allemaal reuze mee. De meeste mannen heten ons aangeschoten maar beleefd welkom, vragen of alles naar wens is, zeggen ons dat we veilig zijn en dat we iedereen die we kennen moeten laten weten dat deze ‘Dangamvura ghetto rules!’ Bij deze dus.
Geplaatst op: 21 mei 2010 door Joyce
|