Projectbeschrijving
Het project wordt geïmplementeerd in het meest arme gedeelte van Ghana; in de plaats Bimbilla op het platteland van Noord-Ghana. Hier wonen hoofdzakelijk boeren van multi-etnische afkomst (stammen). Het project is bestemd voor vrouwen en jongeren, toegankelijk voor iedereen binnen deze categorie, ongeacht culturele, religieuze en politieke voorkeuren en achtergrond. Ghana is een democratisch land met een goed bestuur en een gedecentraliseerd management systeem met een groeiende economie. Door de globale economische crisis is de inflatie echter wel toegenomen en fluctueren de prijzen sterk.
De omgeving van Bimbilla is vruchtbaar door de vele fruitbomen die er aanwezig zijn en er is veel potentie om de honing productie te professionaliseren. Een aantal staff-leden van CPYWD heeft zelf al jarenlange ervaring in bijenhouderij en het trainen van de boeren in moderne bijenhouderij. De boeren uit de gemeenschappen waren alleen bekend met ‘traditional beehunting’; het uitroken van bijennesten en wegnemen van honing uit de nesten. Hierdoor ontstaan bosbranden en worden bijen vernietigd. Dit terwijl bijen een gunstig effect hebben op het milieu en op de vruchtbaarheid van het land, o.a. door kruisbestuiving. Honing is een gezond product dat als goede vervanger van suiker kan dienen en ook een helende werking kan hebben bij ziekte (keelpijn). Een zeer welkom product als aanvulling op het eenzijdige voedsel in Ghana dus.
De vrouwen en jongeren uit de omgeving van Bimbilla waren op zoek om een extra inkomen te generen. De vrouwen werken mee op het land, doen het huishouden en worden verantwoordelijk gesteld voor de opvoeding en schoolgang van hun kinderen. Echter, financiële invloed hebben ze niet. De jongeren hebben over het algemeen ook een ondergeschikte rol binnen het gezin en de gemeenschap. Ze zijn afhankelijk van hun ouders en andere familie leden om naar school te kunnen en vaak kunnen alleen de oudste kinderen doorstuderen (naar de bovenbouw van de middelbare scholen vervolg opleidingen). Door hen te trainen in bijenhouderij (een inkomst generende activiteit), wordt hun onafhankelijkheids positie verstevigd, waardoor de primaire levensomstandigheden van het gezin worden verbeterd en hun ontwikkelingskansen vergroot worden.
Na algemene voorlichtingen binnen de gemeenschappen is moderne bijenhouderij door de doelgroep geïdentificeerd als lucratief. Bijenhouderij is niet arbeidsintensief, wat betekent dat je het kan beoefenen naast werken op het platteland, naar school gaan en het huishouden. Echter, het vergt wel kennis en een zorgvuldige manier van werken. Door de trainingen en begeleiding van CPYWD wordt gestreefd naar het produceren van kwaliteits- honing en naar het professionaliseren van de bijenteelt in Ghana.
Fase 1 van het project (2008-2009) is succesvol afgesloten. Er zijn 150 vrouwen en jongeren getraind in bijenhouderij en is er een Resource Centre gebouwd, dat gebruikt gaat worden voor trainingen, honingproductie en verkoop, demonstraties, etc. De deelnemers zijn van het begin af aan betrokken bij het project. De motivatie van de deelnemers is groot. Een belangrijke indicatie hiervoor is dat ze zelf hebben meegeholpen aan de bouw van het Resource Centre en dat ze deel hebben genomen aan alle trainingen. Ondanks dat de deelnemers er zelf nog geen direct (financieel) profijt van hebben gehad, zijn ze toch bereid geweest om zich in te zetten. Vanuit deze basis en dit vertrouwen kunnen we goed werken met het ‘fund revolving support’ (zie doelstellingen fase 2)
Project doelstellingen
Doelstellingen fase 2
1. De deelnemers zijn getraind in bijenhouderij, honing- en bijenwax productie, business en loan management, marketingstrategieën
2.na de uitvoering van fase 2 kunnen 150 vrouwen en jongeren zelfstandig aan de slag als Imker
3. de vrouwen en jongeren zijn in staat om een eigen (aanvullend) inkomen te generen, wat hun onafhankelijkheidspositie versterkt en ondernemerschap stimuleert. Hierdoor zijn ze een rolmodel voor hun omgeving
4. de lokale economie wordt gestimuleerd
5. de bewoners van de 9 dorpen gaan bewuster om met het milieu en hun omgeving. De bewoners zien de voordelen van moderne bijenhouderij in, in verhouding tot ‘traditional beehunting’. Ze weten hoe ze honing kunnen gebruiken en wat de voedingswaarde is.
In fase 2 zal het Resource Centre gemeubileerd en bevoorraad worden, zodat de honing op een hygiënische en controleerbare manier verwerkt en gebotteld kan worden en trainingen in het Resource Centre kunnen plaatsvinden. Daarnaast zal het Resource Centre als verkoop adres dienen. De marketingstrategieën in hoe de honing op de markt te brengen zijn al uitgedacht, door de CPYWD staff en door de deelnemers zelf.
Verder zullen de deelnemers een bijenkorf en beschermingskleding ontvangen in de vorm van een fund revolving support. Binnen 3 jaar hebben de deelnemers dit afbetaald door een deel van hun oogst af te staan. Een gedeelte van de oogst (honing) die ze moeten afstaan wordt berekend als service/programma kosten.
Lange termijn doelstellingen
Om de honing productie te verduurzamen en professionaliseren willen we binnen 3 á 4 jaar het volgende bereiken:
1. een keurmerk voor de honing, door middel van registratie bij de ‘food and drugs board’.
2. aanmelden bij het ‘Market Access Promotion Network (MAPRONET), een lokaal netwerk van organisaties die ingangen tot de (lokale en externe) markten promoot voor lokale producten. Omdat je hiervoor lidmaatschap moet betalen is dit tot op heden nog niet gebeurt, maar zodra de honingproductie vergroot, zal CPYWD zich hiervoor aanmelden.
3. meer resource centra bevoorraden
4. verbindingen leggen en de samenwerking aangaan met locale instanties, NGO en eventueel micro krediet instituten.
5. De eerste bijen onderwijsvoorziening van Ghana oprichten (beekeeping school), in samenwerking met onze partners.
Project doelgroep(en)
150 vrouwen en jongeren afkomstig uit 9 dorpjes in de omgeving van Bimbilla hebben direct profijt van het bijenproject. Noord-Ghana is de armste regio van Ghana. De dorpjes van de deelnemers zijn met openbaar vervoer zeer slecht bereikbaar, de wegen zijn zeer slecht. Ook de grote weg van Tamale naar Bimbilla is steeds moeilijker begaanbaar. In deze omgeving zijn weinig NGO’s actief. De namen van de dorpjes zijn: Pusuga, Demong, Kpabi, Ganguyili, Chirofoyili, Gilsiva, Nakpavihi, Binda, Nasaamba. De deelnemers zijn geselecteerd via leiders van de dorpjes (2 leiders zijn beide gevraagd om 2 mensen te selecteren en deze 2 mensen selecteren ook weer 2 mensen, etc etc).
De etnische groeperingen die in deze omgeving leven zijn Dagombas, Gonjas en Nanumbas en Konkonbas, over het algemeen vriendelijke en respectvolle mensen. De groeperingen zijn overwegend Moslim en leven in grote gezinnen samen. Mannen kunnen meerdere vrouwen hebben.
De indirecte doelgroep die profiteren van het project zijn de families van de deelnemers en alle bewoners van de 9 dorpjes. Dit omdat de economie wordt gestimuleerd, maar ook omdat het project zorgt voor natuurbehoud en verbetering van het milieu. Daarnaast is fungeert het project als een rolmodel voor de rest van de omgeving; voor zowel de bewoners uit de omgeving als de lokale overheden en NGO’s. Op dit moment heeft een Britse organisatie (genaamd Tzedek) aangegeven interesse te hebben in het bjienproject en gevraagd of CPYWD een projectaanvraag kan doen over hun aanbod.
Op welke manier draagt het project bij aan het oplossen van armoede?
Het project draagt bij aan het oplossen van de armoede doordat:
- de economie gestimuleerd wordt
- vrouwen en jongeren de gelegenheid om een eigen inkomen te generen
- jongeren kunnen bijdragen aan hen eigen schoolgeld
- vrouwen de hoofdopvoeders zijn en het meest betrokken zijn bij hun kinderen. Hierdoor wordt de winst van de honingproductie op een goede manier gebruikt en hebben de kinderen er profijt van (voedsel, schoolgeld, kleding). Dit levert een profijt op voor de gehele gemeenschap, omdat er geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van de kinderen en jongeren, zodat ze fysiek in staat zijn om een bijdrage te leveren aan de maatschappij.
Duurzaamheid
Het project is duurzaam omdat:
1. De deelnemers hun bijenkorf set terug moeten betalen, waardoor nieuwe mensen geholpen kunnen worden
2. CPYWD in fase 1 demonstratie bijenkorven heeft aangeschaft, waardoor de organisatie zelf honing kan verkopen wat de structurele kosten van de organisatie gedeeltelijk dekt
3. De deelnemers na 3 jaar zelfstandig aan de slag kunnen en hun bijenkorven ook zelfstandig kunnen monitoren.
4. Er duidelijke marketingstrategieën zijn en er een meerjaren visie is. In 2010 zal het business en marketing plan uitgebracht worden.
5. Het project goed ingebed is in Ghana. De deelnemers, traditionele leiders, gemeente (Assembly) en het ministerie van landbouw zijn betrokken bij het project. Daarnaast wordt er samengewerkt met de Savanna Pure Honey Company, de universiteit van Tamale (afdeling ontwikkelingsstudies) en Centre for Rural Youth and Urban Self help Projects (CYRUCEP). CYRUCEP is een lokaal initiatief dat jongeren traint in vaardigheden met betrekking tot inkomst generende activiteiten, zoals zeep maken, ´batik tie and dye´, boomgaarden aanleggen en Bijenhouderij. Dhr. Abukari (werkzaam bij de universiteit en bij CYRUCEP) is in Canada opgeleid tot imker en heeft ruim 25 jaar ervaring in bijenhouderij en in het geven van trainingen. Daarnaast ondersteunt Ibrahim Bahku (ook van CYRUCEP) ook de uitvoering van het bijenproject. Hij heeft jaren lang praktische ervaring met imkerij en honing productie.
5. Potentiële partners interesse hebben in het bijenproject, zoals Dhr. IJben en Afro Euro (om investeerders aan te trekken binnen hun migranten netwerk). Dhr. Ijben heeft de interesse om gezamenlijk een bijenschool in Ghana op te richten. Hij is voorzitter van het EMDA netwerk in Luxemburg, bestuurslid van Partin en heeft meer dan 25 jaar ervaring met kleinschalige ontwikkelingsprojecten en bijenteelt projecten.