Mei 2010, Njakoma in het Nuba Gebergte te Zuid Soedan
Hannie Halma – www.abdo.nl
Vijf jaar nadat de vrede werd getekend in januari 2005, vertellen vrouwen hun verhaal. Ondersteunen elkaar als ze de paniek weer voelen van toen, waar ze jarenlang in grotten schuilden.
De bijeenkomst met gouverneur Kamal el Nur, Omda Chamis Badawy, Sjeikh Hamuda Annur en een deel van de lokale bevolking is voorbij. Tawfig Cucu Moya heeft uitleg gegeven over onze Educatie Driehoek: onderwijs voor weeskinderen, lagereschooljeugd en vrouwen. De bouw van een lagereschool met faciliteiten voor een vijftigtal weeskinderen en uniformen voor allen, plus het bouwen van een Centrum voor Vrouwen.
Omer Mahana nam daarna het woord en lichtte uitgebreid zijn werkzaamheden toe: het organiseren van lessen in het gebruik van os/ploeg, naaimachines en oliepers, het maken van houdbare voeding en de komst van bijenkasten waardoor honingproductie mogelijk wordt. Hij gaf een blik op de toekomst: zijn hulp bij het in gang zetten van de werkzaamheden en de verkoop van producten vanuit onze marktkraam in Heiban: Coöperation Women Centre. Ook de extra’s die bij onze Driehoek horen vereisten toelichting. De bouw van een water reservoir voor dakopvang gedurende het regenseizoen waardoor oogst in het droge seizoen mogelijk is. En een overkapping van generator en oliepers waarmee uit simsim olie wordt gewonnen.
Na lange discussies zijn afspraken gemaakt over de aantallen bricks die de bevolking gaat maken. De hoeveelheid rotsblokken die zij voor de fundering leveren en het zand en gravel dat bij de bouw nodig is. Een voorwaarde om tot de bouw te kunnen overgaan.
Na afloop van de vergadering zoeken we de schaduw van een grote boom op, ver van de mannen verwijderd. Hier nemen een tiental vrouwen me mee naar de tijd die ruim vijf jaar achter hen ligt, naar de vreselijke ellende die in 1988 begon. Een oorlog die vanuit het niets leek te ontstaan, hun wereld letterlijk in vuur en vlam zette…
Chamisa Ali is 45 jaar. Ze is getrouwd en heeft vijf zonen en twee dochters. Ze vertelt haar geschiedenis, omringd door een tiental vrouwen die eveneens beangstigende herinneringen ophalen en doodstil op hun plek zitten. Allen staren met een intens trieste blik voor zich uit, maar ondersteunen Chamisa en vullen haar verhaal aan. Bevestigen de vreselijke dingen die er gebeurden.
`Niemand van ons zag het aankomen. Zonder enige waarschuwing vooraf overviel de vijand ons tijdens onze dagelijkse bezigheden. Enorme paniek sloeg toe toen de eerste huizen in brand werden gestoken, onze ouders werden vermoord en kinderen tijdens onze vlucht naar de grotten verloren raakten. Als iemand viel ging hij of zij strompelend verder en merkte pas veel later dat een arm of been in een vreemde stand stond. Daar boven hebben we jarenlang geleefd,’ wijst een hand in de verte. `Op primitieve wijze en bang voor wat komen zou. Vooral ’s nachts was het ijskoud want kleding hadden we niet, we liepen er naakt rond. De navelstreng van een pasgeboren baby bonden we af met vezels van een boomtak en we pakten hen in grote bladeren zodat ze warm bleven. We sponnen vlossen natuurlijk materiaal en haakten kleding van boomvezels en blad die de jongsten tegen de vreselijke kou beschermden. ’s Nachts gingen enkelen van ons naar beneden en zochten graan, anderen haalden wat water zodat we in leven bleven.
Een aantal vrouwen hielp ons bevrijdingsleger, de SPLA. Sjouwden wapens en munitie naar Heiban toen daar werd gevochten.’
Iedereen knikt bevestigend als een van hen uitlegt dat misbruik of verkrachting door soldaten niet voorkwam. `Dat kon absoluut niet, er was een speciale officier aangesteld die over onze veiligheid waakte. Hij zorgde ervoor dat we een aparte plaats kregen waar we konden slapen, en zodra een gevecht begon vertrokken we naar een veilige plek.’
Lang blijft het stil, dan klinkt het zacht: `als de vijand onze grotten naderde was dat beangstigend. Want we waren met velen en niemand mocht geluid geven: onze honden mochten niet blaffen, onze kinderen niet huilen.
Bij de honden sneden we iets meer dan de tong eruit, zodat zij ons niet konden verraden. De monden van onze kleintjes dekten we af met onze handen.’
Na minutenlange stilte vertelt een vrouw de afschuwelijke waarheid.`Een hand op de mond was niet altijd genoeg. Soms moesten we onze kleintjes verminken want zelfs als moeder mag je niet toestaan dat je kind de hele groep verraad...’
Zwijgend staren we in de verte waar het gebergte opdoemt aan het eind van een langgerekte vlakte. Dan fluistert een stem, `we schamen ons diep. We hebben tientallen vrouwen met hun kinderen achter gelaten omdat we alleen aan ons eigen gezin dachten. In paniek onze kinderen meesleurden om aan het geweld te ontkomen.
Nu missen we vele gezinnen uit ons dorp. Ze zijn vermoord omdat zij teveel kinderen hadden om te kunnen dragen, en wij allemaal wegrenden zonder op of om te kijken. We missen hen dagelijks, zien hun gezichten weer voor ons en de plek waar zij woonden. Deze zware schuld dragen we ons hele leven met ons mee.
Op de terugweg herinner ik me de jonge vrouw in Kauda. Zij beheert een theehuisje en Omer praatte enkele dagen geleden middels handgebaren met haar. Ze vertelde dat ze getrouwd is met een aardige man, ze hebben twee kleine kinderen waarvan de oudste binnenkort naar school gaat.
Zouden haar tong en stembanden soms uitgesneden zijn tijdens de oorlog? Of is haar gehoor beschadigd door de druk van een zware bomexplosie?
`Want kostte wat kost wilde de vijand zoveel mogelijk mensen vernietigen. In dat afschuwelijke verleden stond moord op zwarte, Christelijke mensen gelijk aan het doden van een ezel,’ vertelde een man me.