Nieuws

EERSTE 1%COLUMN VAN MIRJAM VOSSEN

23 maart 2010 17:33

Mirjam VossenVanaf deze maand zal Mirjam Vossen in iedere projectennieuwsbrief in een column tips geven voor alle mensen die bezig zijn met het opzetten of runnen van een project in een ontwikkelingsland. Mirjam Vossen is journalist voor onder meer IS, Vice Versa en P! Magazine. In 2008 schreef Mirjam 'Eerste hulp bij ontwikkelingswerk'.

Hierbij de eerste column over op welke manier je je doelgroep het beste bij je project kunt betrekken.

''VOOR EN DOOR DE DOELGROEP''

Projecten moeten aanhaken bij initiatieven van de lokale bevolking. Vrijwel iedere initiatiefnemer is zich bewust van deze regel. Maar wie is ‘de lokale bevolking’? Wie gaat er precies profiteren van het project? Hoe betrek je de doelgroep bij de plannen?

Een vrijwilligersgroep wilde ‘iets’ betekenen voor het straatarme dorp waar hun toeristengids vandaan kwam. De gids wist wat het dorp het hardste nodig had: een maïsmolen, zodat vrouwen niet meer urenlang hoefden te lopen om hun graan te malen. De groep aarzelde, en gaf een lokale ontwikkelingswerker de opdracht om te gaan praten met álle dorpelingen. Tot hun verrassing wilden de dorpelingen iets heel anders: schoon drinkwater, voedselzekerheid, beter onderwijs. De maïsmolen kwam niet in het lijstje voor. 
 
Lokale bevolking
Aanhaken bij initiatieven van de lokale bevolking. Dat is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want wie is ‘de lokale bevolking’? Is dat de toeristengids, die geld vraagt voor een maismolen in zijn dorp? Weet hij werkelijk wat ‘zijn’ dorp het hardste nodig heeft? Of is het de schooldirecteur, die vindt dat er nieuwe klaslokalen moeten komen? Vinden de onderwijzers en ouders dat ook?
Ben je van plan om een project te starten, praat dan met zoveel mogelijk betrokkenen. Realiseer je dat vrouwen en jongeren soms andere prioriteiten hebben dan mannen en ouderen. Organiseer eventueel aparte (groeps)gesprekken met hen.

Kiezen
‘Iedereen is arm, dus alle hulp is even hard nodig’. Die uitspraak hoor je nogal eens onder initiatiefnemers. Maar die conclusie klopt niet. Ook in arme gebieden zijn er grote verschillen. Weduwen, kinderen en ouderen hebben het in de regel zwaarder dan anderen. Zij hebben het hardste hulp nodig. Dat betekent dat je keuzes moet maken. Al was het maar omdat je geld en je middelen beperkt zijn. Al was het maar omdat het tijd kost om een project uit te rollen en je niet alles in één keer kunt doen. Bepaal duidelijk wie de doelgroep is.

Tellen
Het is al even belangrijk om te weten hoeveel mensen van het project gaan profiteren. Hoeveel jongeren krijgen een studiebeurs? Hoeveel gezinnen gaan de nieuwe drinkwatervoorziening gebruiken? Het bepalen van het aantal geeft je beter inzicht in de benodigde kosten, en het geeft richting aan de uitvoering. Bovendien willen subsidiegevers vaak weten hoeveel mensen met het project worden bereikt. Vergeet niet te vermelden hoeveel mensen indirect van het project profiteren. Wanneer vrouwen de kans krijgen een eigen bedrijfje te starten, dan profiteert het hele gezin. 

Macht
Kiezen en tellen heeft een keerzijde: een aantal mensen in de nabijheid van het project gaat buiten de boot vallen. Een nabijgelegen school krijgt géén extra lokalen. Een aantal dorpelingen kan níet profiteren van het moestuin. Hou rekening met menselijke reacties als boosheid, teleurstelling en jaloezie. In het uiterste geval kunnen mensen zelfs proberen het project te dwarsbomen. Er bestaat geen kant-en-klaar recept om met deze reacties om te gaan. Zorg in elk geval dat iedereen duidelijke informatie krijgt over het doel van het project – óók degenen die niet profiteren. Leg uit waarom er bepaalde keuzes zijn gemaakt. Dat kan de nodige kou uit de lucht halen. 
 
Vertrouweling
Met wie ga je samenwerken? Veel aanvragers gaan in zee met iemand die ze kennen: een sympathieke toeristengids, een enthousiaste schooldirecteur of een neef in het geboortedorp van hun ouders. Samen smeden ze de eerste projectplannen. Als vanzelfsprekend krijgen de vertrouweling taken en verantwoordelijkheden.
De keuze voor een vertrouweling is begrijpelijk, maar soms ook problematisch. Want ‘betrouwbaar’ is niet hetzelfde als ‘capabel’. Een inspirerende toeristengids of schooldirecteur is niet automatisch de meest geschikte persoon om een project te leiden. Een project dat  op slechts enkele vertrouwelingen leunt, is bovendien kwetsbaar: wanneer de sympathieke gids of enthousiaste dorpsjongen wegvalt, of onbetrouwbaar blijkt, dan stort het initiatief als een kaartenhuis in.

Lokale organisatie
Het is daarom verstandig om de samenwerking breder te trekken dan één of enkele contactpersonen. Je ‘partner’ kan een lokale ontwikkelingsorganisatie zijn, maar dat hoeft niet per se. Zijn er bijvoorbeeld plannen voor de bouw van klaslokalen, dan ligt samenwerking met het schoolbestuur voor de hand. Gaat het om de aanleg van een watervoorziening in een dorp, dan kan een dorpsraad als partner fungeren. Deze lokale organisatie vertegenwoordigt de doelgroep en draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het project. 

Doelgroep betrekken bij de uitvoering
Veel Nederlandse initiatiefnemers beweren dat ze goed samenwerken met hun doelgroep. Bij nader inzien blijkt dat ze vooral met hun contactpersoon overleggen. Soms gaan er projectplannen naar Nederlandse subsidiegevers, terwijl de doelgroep zélf niet eens weet wat er in staat! Dat is vragen om toekomstige moeilijkheden.
Zorg dat de doelgroep, voor wie je project is bestemd, tijdens alle projectfasen zeggenschap heeft. Niet alleen tijdens het bedenken en uitwerken van plannen, maar ook tijdens de uitvoering en evaluatie. Gebeurt dat niet, dan is het risico groot dat zij het project als iets ‘van buiten’ ervaren, en zich niet verantwoordelijk voelen.

Tips:
Bepaal vooraf voor wie het project is bedoeld, en hoeveel mensen het project gaat bereiken.
Bouw je project niet op één persoon. Als dat al het geval is, hou het dan bij projecten die eenvoudig kunnen worden gestopt of afgebouwd.
Geef je contactpersoon geen taken waarvoor hij capaciteiten mist; geef hem geen verantwoordelijkheden waarvoor hij het gezag of de bevoegdheid mist.
Werk samen – al dan niet via je contactpersoon – met een lokale organisatie die de doelgroep vertegenwoordigt.
Verlies de doelgroep zélf niet uit het oog. Zorg dat zij in alle fasen bij de plannen kunnen meedenken en meebeslissen. Dit vraagt veel van je partner!

Laat je reactie op deze column achter op de profielpagina van Mirjam Vossen!

Overig nieuws

Nieuws archief

Met anderen delen

Bookmark and Share