In de periode maart- september van het afgelopen jaar is de 1%CLUB, in samenwerking met Henrik en Martijn van Eyeopener Works, gestart met de nul-meting van de 1%PROJECTEN.
Acht organisaties van 1%PROJECTEN werden doorgelicht door middel van interviews. Deze meting dient ter ondersteuning van het programma voor kwaliteitsverbetering van 1%PROJECTEN. Hoofdvraag in het onderzoek was: ''Wat is de huidige kwaliteit op het vlak van ontwikkelingssamenwerking van organisaties met een 1%PROJECT''. Er is onderzoek gedaan naar zeven randvoorwaarden die de kwaliteit van ontwikkelingssamenwerkingsprojecten bepalen.
Lees het volledige rapport (PDF) en laat weten wat je er van vindt, discussieer mee!

De belangrijkste uitkomsten op een rij:
Op het gebied van Nederlandse organisatiecapaciteit (1) is de grote mate van betrokkenheid van een kleine, zeer gemotiveerde groep vrijwilligers de kracht van veel initiatieven. Dit is tevens een valkuil, mocht iemand wegvallen. Grootste uitdagingen zijn het werven van opvolging en vrijwilligers die zich voorlangere termijn. Er wordt ook veel op ad hoc basis gewerkt, zonder strategie die aansluit op de lange termijn visie.
‘Leren door te doen’ kenmerkt 1%LEDEN als het gaat om lerend vermogen (2). De bereidheid is er, maar voor structurele reflectie wordt weinig tijd gemaakt. Hetzelfde geldt voor systematische samenwerking met vergelijkbare initiatieven. Resultaatmeting vindt vooral plaats op outputniveau en niet of nauwelijks op effect- op impactniveau. Dat komt enerzijds doordat veel initiatieven nog in de opstartfase zitten, maar anderzijds is het geen onderdeel van de planningcyclus.
Over het partnerschap (3) met het Zuiden zijn respondenten over het algemeen erg positief. Aan de basis daarvan staat bijna altijd een informele relatie. Organisaties zijn vaak ook in naam hetzelfde, wat het lange termijn commitment onderstreept. Er is regelmatig contact, hoewel ongeveer de helft van de respondenten precies weet wat er lokaal speelt. Wat betreft financiering zijn overheadkosten doorgaans geen probleem. Punt van zorg is wel het gebrek aan exit-strategieën, wat ook de afhankelijk van Nederland bepaald.
Wat betreft het ownership (4) van het project is in vijf gevallen sprake van een zelfstandige lokale organisatie die geheel of gedeeltelijk wordt ondersteund vanuit Nederland, met een eigen bestuur. In de andere gevallen heeft een Nederlandse projectleider lokaal de touwtjes in handen, wat haaks staat op geldende normen. Dat hoeft niet per se ten koste te gaan van de kwaliteit. Het gaat in alle gevallen om startende initiatieven die de intentie hebben gedragen te worden door de lokale gemeenschap. Desalniettemin is het opvallend en je kunt je afvragen of deze houding op termijn tot het gewenste resultaat zal leiden.

Vrijwel alle organisaties rapporteren (5) met regelmaat over de voortgang van hun werk middels jaarrapportages, nieuwsbrieven en een website. De website is voor de meeste een uitdaging. Verantwoording vindt vooral plaats naar donoren in Nederland en niet of nauwelijks naar partners in het Zuiden, laat staan de doelgroep. Daar denken weinig respondenten bewust over na.
De Zuidelijke organisatiecapaciteit (6) is vergelijkbaar met de Nederlandse, met tekort aan mankracht, gekwalificeerd personeel, ervaring en ondersteunende middelen. Verregaande samenwerking met vergelijkbare initiatieven komt nog weinig van de grond. Met lokale overheden wordt tot op zekere hoogte vaak wel samengewerkt. Desalniettemin wordt er in de ogen van respondenten veel bereikt.
1%LEDEN stellen zichzelf zonder meer concrete doelen (7), alhoewel er vaak sprake van korte termijn overschatting lijkt. Geformuleerde stappen duren vrijwel altijd langer en zijn complexer dan van tevoren bedacht en ingeschat. Vanuit de positie van de respondenten is het lastig uitspraken te doen over de mate waarin projectactiviteiten aansluiten op lokale behoeften.
Tot besluit, hét particulier initiatief bestaat niet, dat bevestigt deze nulmeting. We hebben te maken met zeer uiteenlopende initiatieven, met hun eigen karakteristieken, sterktes en zwaktes. Wat een handvol vrijwilligers voor elkaar krijgt is indrukwekkend en de bereidheid om te leren van ervaring is enorm. Want er is groei mogelijk. Organisaties zelf geven aan te willen leren op het gebied van PR en fondsenwerving. Op basis van dit onderzoek kunnen daar nog wat leerpunten aan toegevoegd worden op het gebied van effectmeting, ownership, lokale samenwerking en continuïteit.. Een heldere opdracht alsook uitdaging aan de 1%CLUB om hiermee aan de slag te gaan.
30 december 2009
23 december 2009
22 december 2009
21 december 2009
20 december 2009
19 december 2009
18 december 2009
18 december 2009
18 december 2009
17 december 2009
18 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
17 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
16 december 2009
14 december 2009
13 december 2009
01 december 2009